Wie PowerPoint gebruikt heeft of geen power of geen point.
Het licht dimt. De beamer begint zachtjes te zoemen. De spreker stapt het podium op, schraapt zijn keel en grijpt krampachtig de ‘klikker’ vast alsof het de laatste reddingsboei op de Titanic is.
“Zoals jullie op deze slide kunnen zien…”
En bam. Daar gaat je zaal. Binnen drie seconden is de helft van je publiek mentaal uitgecheckt en denkt de andere helft aan wat ze vanavond gaan eten.
We zijn met z’n allen verslaafd geraakt aan PowerPoint. We gebruiken het als spiekbriefje, als autocue en vooral: als schild. Want zolang iedereen naar dat felle scherm staart, hoef jij de zaal niet in de ogen te kijken. Het is veilig. Het is comfortabel. Maar als Enthousiasmeur en procesbegeleider zeg ik je: het is dodelijk voor de energie.
Jij bent niet ingehuurd om een document voor te lezen. Als alles wat je te zeggen hebt op je slides staat, had je net zo goed een PDF kunnen mailen. Dat had iedereen een ritje in de file bespaard.
Hoe zet je visuele ondersteuning in zonder je publiek in een diepe, droomloze slaap te sussen? Hier zijn de harde waarheden en drie regels om het tij te keren:
1. Moord de bulletpoints uit (echt allemaal) Mensen kunnen niet tegelijkertijd lezen en luisteren. Dat is een biologisch feit. Zodra jij een slide met zes bulletpoints op het scherm gooit, stopt de zaal met luisteren naar jou en beginnen ze te lezen. Tegen de tijd dat jij bij punt twee bent, hebben zij de slide al uit en is de verveling toegeslagen. De regel: Gebruik alleen beeld. Eén sterke foto, één prikkelende quote of desnoods alleen een groot getal. De slide wekt de nieuwsgierigheid, jíj vertelt het verhaal.
2. De magische ‘B’-knop is je beste vriend Dit is de best bewaarde (en minst gebruikte) truc in presentatieland. Druk tijdens je presentatie op je toetsenbord op de letter ‘B’ (of ‘Z’ op een Nederlandstalig toetsenbord). Het scherm wordt direct zwart. Wat er dan gebeurt is magisch: het lichtgevende blok aan de muur is weg. Alle ogen in de zaal schieten direct naar jou. Je hebt de volledige en onverdeelde aandacht terug. Gebruik dit moment om een cruciaal punt te maken of een intieme vraag aan de zaal te stellen. Ben je klaar? Druk nog een keer op ‘B’ en je slide is terug.
3. Laat het licht aan (letterlijk en figuurlijk) Waarom doen we altijd de lichten uit als de beamer aangaat? Zodra een ruimte donker wordt, maakt ons lichaam melatonine aan. Je bent je publiek letterlijk in slaap aan het sussen. Een goede bijeenkomst draait om connectie. Mensen moeten jou kunnen zien, en nog belangrijker: ze moeten elkaar kunnen zien. Zorg voor schermen die sterk genoeg zijn zodat de zaallichten gewoon aan kunnen blijven. Houd de energie hoog.
Jij bent de presentatie Je middelen, of het nu PowerPoint, Mentimeter of een flip-over is, zijn precies dat: middelen. Ze zijn ondersteunend. Ze zijn niet de hoofdact. De kracht van een bijeenkomst zit in de interactie, de emotie, het onverwachte moment in de zaal. Dat vang je nooit in Arial lettergrootte 24.
Dus, durf je het aan? De uitdaging voor je volgende bijeenkomst: halveer het aantal slides. Verberg je niet achter de katheder. Laat het scherm af en toe zwart. Kijk de zaal in, stel een vraag en wacht op het antwoord.
Gooi die reddingsboei weg. Je zult zien dat je verrassend goed kunt zwemmen.
